Psalmen 104:19
Gij schiept de maan, om de tijd te bepalen, De zon weet, wanneer ze onder moet gaan.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
He appointed the moon for seasons: the sun knoweth his going down.
In Context
18De hoogste bergen zijn voor de gemzen, De klippen een schuilplaats voor bokken.
20Maakt Gij het donker, dan wordt het nacht, En sluipen de wilde beesten rond,
Cross References
Deuteronomy 4:19Wacht u er voor, uw blikken naar de hemel op te slaan en bij het zien van zon, maan en sterren, heel het heir van de hemel, u te laten verleiden, om hen te aanbidden en te dienen. Want Jahweh, uw God, heeft die aan alle volken onder heel de hemel overgelaten;
Job 38:12Hebt gij ooit in uw leven de morgen ontboden, De dageraad zijn plaats bestemd,
Psalms 19:6Haar opgang is aan het eind van de hemel, Haar kringloop tot aan het andere eind; Niets blijft verborgen Voor haar gloed.
Psalms 136:7De grote lichten heeft gemaakt: Zijn genade duurt eeuwig!