Psalmen 104:27
Allen zien naar U uit, Om voedsel, elk op zijn tijd.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
These wait all upon thee; that thou mayest give them their meat in due season.
In Context
26Monsters trekken er door, Liwjatan dien Gij hebt geschapen, Om er mede te spelen.
28Geeft Gij het: ze eten het op; Gij opent uw hand: ze worden van het goede verzadigd.
Cross References
Genesis 6:21Ge moet u ook van alle eetbare spijzen voorzien, en die meenemen, om u en hun tot voedsel te dienen.
Job 38:41Wie geeft ze tegen de avond haar buit, Wanneer haar jongen tot de Godheid roepen, En zonder voedsel rond blijven snuffelen, Op zoek naar spijs?
Psalms 136:25Die voedsel geeft aan al wat leeft: Zijn genade duurt eeuwig!
Psalms 147:9Die aan het vee zijn voedsel geeft, En aan de jonge raven, die er om roepen.