Psalmen 105:12
Toch waren ze daar maar gering in getal, Nog zonder aanzien en vreemd.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
When they were but a few men in number; yea, very few, and strangers in it.
In Context
11Hij zeide: “Aan u zal Ik geven Het land van Kanaän als uw erfdeel.”
13En toen ze nog zwierven van volk tot volk, Van het ene rijk naar het andere,
Cross References
Genesis 17:8Ik schenk u, en uw zaad na u Het land, waar ge thans als vreemdeling toeft, Het hele land Kanaän, tot een eeuwig bezit: Hun God zal Ik zijn.
Genesis 34:30Maar Jakob sprak tot Simeon en Levi: Gij stort mij in het ongeluk, door mij in kwade reuk te brengen bij de bewoners van het land, de Kanaänieten en de Perizzieten. Ik heb maar weinig volk; als zij dus tegen mij samenspannen en mij overvallen, word ik met mijn gezin vernietigd.
Deuteronomy 7:7Niet omdat gij talrijker zijt dan andere volken, heeft Jahweh Zich aan u gehecht en u uitverkoren, want gij zijt het kleinste van alle volken;
Isaiah 51:2Ziet op naar Abraham, uw vader, Naar Sara, die u heeft gebaard: Hoe Ik hem heb geroepen, toen hij alleen stond, Hem heb gezegend en vermeerderd.
Acts 7:5Wel gaf Hij hem geen enkel erfdeel, geen voetbreed zelfs; maar Hij beloofde, het in bezit te geven aan hem en aan zijn geslacht na hem, hoewel hij geen kind had.
Hebrews 11:12Daarom ook is uit één man, en nog wel uit een, die afgeleefd was, een geslacht ontsproten, talrijk als de sterren aan de hemel en als het ontelbare zand aan het strand van de zee.