Psalmen 105:40
Zij baden: Hij liet de kwakkels komen, En verzadigde hen met brood uit de hemel;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
The people asked, and he brought quails, and satisfied them with the bread of heaven.
In Context
39En Hij spreidde een wolk uit tot dek, Een vuur, om de nacht te verlichten.
41Hij spleet de rotsen: daar borrelden de wateren, En vloeiden door de woestijn als een stroom:
Cross References
Exodus 16:14toen de dauw, die gevallen was, optrok, lag daar over de bodem van de woestijn een dunne korrelige laag, fijn als rijp.
Numbers 11:31Daarop zond Jahweh een wind, die uit de zee kwartels aanvoerde, en ze twee ellen boven de grond over de legerplaats joeg, en rondom de legerplaats een dagreis ver naar alle kanten.
Joshua 5:12Op dezelfde dag, dat ze van de opbrengst van het land aten, hield het manna op. De kinderen Israëls kregen geen manna meer, maar ze aten dat jaar wat het land Kanaän opbracht.
Psalms 78:18Ze stelden God in hun hart op de proef, Door spijs voor hun leeftocht te eisen.
Psalms 78:24Hij regende manna als spijs op hen neer, En schonk hun het hemelse koren:
John 6:31Onze vaderen hebben in de woestijn het manna gegeten, zoals er geschreven staat: “Brood uit de hemel heeft Hij hun te eten gegeven”.