Psalmen 106:34
Ook verdelgden ze de volkeren niet, Zoals Jahweh het hun had bevolen;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
They did not destroy the nations, concerning whom the LORD commanded them:
In Context
33Want ze hadden zijn stemming verbitterd, Zodat hem onbezonnen woorden ontsnapten.
35Maar ze vermengden zich met de heidenen, En leerden hun gewoonten aan:
Cross References
Numbers 33:52dan moet gij al de bewoners van het land verjagen, en al hun gehouwen beelden stukslaan, al hun gegoten beelden vernielen en al hun hoogten verwoesten.
Deuteronomy 7:2Maar wanneer Jahweh, uw God, ze aan u heeft overgeleverd en gij ze verslaat, dan moet ge ze met de banvloek treffen; ge moogt geen verbond met hen sluiten en hun geen genade verlenen,
Deuteronomy 7:23Maar Jahweh, uw God, levert ze aan u over, en houdt ze in grote verwarring, tot ze vernietigd zijn.
Joshua 15:63Wat de Jeboesieten betreft, die in Jerusalem woonden, hen konden de Judeërs niet uitdrijven, zodat de Jeboesieten tezamen met de Judeërs in Jerusalem wonen tot op de huidige dag.
Joshua 17:12De kinderen van Manasse konden die steden echter niet veroveren, zodat de Kanaänieten rustig in dit land bleven wonen.
Judges 1:19Juda maakte zich wel van het bergland meester, omdat Jahweh met hem was, maar de bewoners der vlakte konden ze niet verdrijven, want die hadden ijzeren wagens.