Psalmen 107:38
Hij zegent hen: ze worden zeer talrijk, En Hij vermeerdert hun vee.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
37Ze bezaaien hun akkers, beplanten hun gaarden, En oogsten hun vruchten.
39En nemen ze af in getal, en gaan ze ten onder Door verdrukking, ellende en jammer:
Cross References
Genesis 1:28Toen zegende God ze, en sprak tot hen: Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt u; bevolkt de aarde en onderwerpt haar; heerst over de vissen der zee, de vogels in de lucht en over alle levende wezens, die zich op de aarde bewegen.
Genesis 12:2Ik zal een groot volk van u maken, U zegenen en uw naam beroemd maken, Zodat hij ten zegen zal zijn.
Genesis 17:20Ook aangaande Jisjmaël heb Ik u verhoord: Ik zal hem zegenen, vruchtbaar maken, zeer talrijk doen zijn: Twaalf vorsten zal hij verwekken, En een groot volk zal Ik hem maken.
Genesis 31:9Zo ontnam God aan uw vader wat hij bezat, en gaf het aan mij.
Exodus 1:12Maar hoe meer men ze verdrukte, hoe talrijker ze werden en hoe sterker zij zich vermenigvuldigden, zodat men de Israëlieten begon te vrezen.
Exodus 12:38maar ook een menigte vreemden trok met hen mee, behalve nog de talloze kudden schapen en runderen.