Psalmen 108:11
Moet Gij het niet zijn, die ons hebt verstoten, o God, En niet langer met onze heirscharen optrekt, o God?
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Wilt not thou, O God, who hast cast us off? and wilt not thou, O God, go forth with our hosts?
In Context
10Maar wie brengt mij nu binnen de vesting, Wie zal mij naar Edom geleiden;
12Ach, help ons dan tegen den vijand, Want hulp van mensen is ijdel.
Cross References
Deuteronomy 20:3en hun zeggen: Hoor, Israël; gij begint heden de strijd met uw vijanden! Weest niet laf en angstig, niet bang voor hen en bevreesd;
1 Samuel 17:36Leeuwen en beren heeft uw dienaar neergelegd; die onbesneden Filistijn zal hetzelfde lot ondergaan als zij, want hij tart de slagorde van den levenden God.
2 Chronicles 13:12Zie, bij ons staat God aan de spits, en zijn priesters, met de blaastrompetten, om die tegen u te laten weerschallen. Israëlieten, voert toch geen krijg tegen Jahweh, den God van uw vaderen; gij zult niets bereiken!
2 Chronicles 20:15En hij sprak: Luistert allen aandachtig, Judeërs, burgers van Jerusalem, en gij ook, koning Josafat. Zo spreekt Jahweh tot u! Weest niet bang, en laat u niet afschrikken door dat geweldige leger; want gij voert de strijd niet, maar God.