Psalmen 11:4
Jahweh blijft in zijn heilige tempel, Jahweh houdt in de hemel zijn troon; Zijn ogen zijn op de wereld gericht, Zijn wimpers doorvorsen de kinderen der mensen.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
3Al storten zelfs de pijlers der aarde ineen, En zou de rechtvaardige radeloos staan:
5Jahweh stelt den gerechte wel op de proef, Maar Hij haat den boze en die onrecht bemint;
Cross References
Exodus 40:34Toen bedekte de wolk de openbaringstent en vervulde Jahweh’s Glorie de tabernakel;
2 Chronicles 16:9Want de ogen van Jahweh doorvorsen de gehele aarde, om hen te helpen, wier hart onverdeeld op Hem is gericht. Gij hebt hiermede dwaas gehandeld; en van nu af aan zult ge oorlogen moeten voeren.
Psalms 2:4Die in de hemelen woont, lacht hen uit, Jahweh bespot ze;
Psalms 14:2Jahweh blikt uit de hemelen neer Op de kinderen der mensen: Om te zien, of er niet één verstandige is, Niet één, die God zoekt.
Psalms 33:13Jahweh ziet neer uit de hemel, Richt zijn blik op alle kinderen der mensen.
Psalms 44:21Zou God het misschien niet hebben geweten, Hij, die de hartsgeheimen doorgrondt?