Psalmen 114:2
Werd Juda zijn heiligdom, En Israël zijn rijk.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Judah was his sanctuary, and Israel his dominion.
In Context
1Halleluja! Toen Israël uit Egypte trok, Jakobs huis uit een volk van barbaren,
3De zee zag het, en sloeg op de vlucht, De Jordaan deinsde terug;
Cross References
Exodus 15:17Nu brengt en plant Gij hen Op de berg van uw erfdeel; Op de plaats van uw woning, o Jahweh, die Gij U hebt bereid: Heer, in het heilige oord, Dat uw handen hebben gegrond!
Exodus 19:6Gij zult Mij een koninkrijk van priesters zijn en een heilig volk”. Zo moet ge tot de zonen Israëls spreken.
Exodus 29:45Ik zal wonen te midden van Israëls kinderen en hun God zijn.
Deuteronomy 7:6Want gij zijt een volk, dat aan Jahweh, uw God, is gewijd. Jahweh, uw God, heeft u uitverkoren onder alle volken op aarde, om Hem een eigen volk te zijn.
Deuteronomy 27:9Nu spraken Moses en de levietische priesters tot heel Israël: Zwijg Israël, en luister! Heden zijt gij het volk van Jahweh, uw God, geworden.
Psalms 78:68Neen, Juda’s stam koos Hij uit, Sions berg, die Hij liefhad;