Psalmen 115:2
Waarom zouden de heidenen zeggen: “Waar is toch hun God?”
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Wherefore should the heathen say, Where is now their God?
In Context
1Niet ons, o Jahweh, niet ons, Maar uw Naam geef eer om uw goedheid en trouw!
3De God van òns is in de hemel, En Hij doet wat Hij wil;
Cross References
Numbers 14:15Wanneer Gij nu dit volk tot den laatsten man doodt, zullen de volken, die uw faam hebben gehoord, zeggen:
2 Kings 19:10Zegt dit aan Ezekias, den koning van Juda: Laat uw God, op wien gij vertrouwt, u niet bedriegen en zeggen: Jerusalem zal niet worden overgeleverd aan den assyrischen koning.
Psalms 42:4Ik denk er met diepe weemoed aan terug, Hoe ik optrok in vorstelijke stoet naar Gods huis, Onder gejuich en gejubel En het gejoel van de schare.
Psalms 42:11Mijn ziel, wat zijt gij bedroefd, En wat kreunt gij in mij? Vertrouw toch op God: Dan zal ik Hem eens mogen danken Als mijn Helper en God!
Joel 2:17Laat tussen voorhal en altaar De priesters wenen, de dienaars van Jahweh. Laat ze zeggen: Spaar, Jahweh, uw volk; Geef toch uw erfdeel niet prijs aan de schande, Aan de heidenen, die ze knechten! Waarom zou men onder de volken zeggen: Waar is hun God?