Psalmen 116:11
Al zou ik in mijn ellende ook zeggen: “Er is geen mens te vertrouwen!”
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
I said in my haste, All men are liars.
In Context
10Ik blijf dus vertrouwen, al roep ik ook uit: “Ik ben diep ongelukkig!”
12Hoe zal ik Jahweh kunnen vergelden Al het goede, dat Hij mij deed?
Cross References
1 Samuel 27:1Maar David dacht bij zichzelf: Op een of andere dag val ik toch nog in handen van Saul. Er blijft voor mij dus niets anders over, dan dat ik de wijk neem naar het Filistijnenland; dan zal Saul het wel opgeven, nog langer heel Israël naar mij af te zoeken, en ben ik uit zijn greep gered.
Psalms 12:2Men liegt elkander maar voor, Met valse harten, maar vleiende lippen.
Psalms 31:22Ik had in mijn angst al gezegd: “Ik ben uit uw ogen verstoten!” Maar Gij hebt mijn smeken verhoord, Toen ik om hulp tot U riep.
Jeremiah 9:4Wees voor uw vriend op uw hoede, En niemand vertrouwe zijn broer; Want alle broers zijn bedriegers, Een lasteraar iedere vriend;