Psalmen 122:4
Waar de stammen naar opgaan, De stammen van Jahweh. Daar is het Israël een wet, De Naam van Jahweh te loven;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
3Jerusalem, als stad herbouwd, Met burgers, vast aaneen gesloten;
5Daar staan de zetels voor het gericht, En het troongestoelte van Davids huis.
Cross References
Exodus 16:34Aäron vulde dus een kruik met een volle ómer manna, zoals Jahweh Moses bevolen had, en zette die ter bewaring voor de ark des Verbonds neer.
Exodus 26:33Het voorhangsel moet ge aan de haken der palen ophangen. Breng dan de ark des Verbonds binnen het voorhangsel, zodat het voorhangsel een scheiding vormt tussen het heilige en het heilige der heiligen,
Exodus 34:23Drie maal per jaar moeten alle mannen onder u voor den Heer Jahweh, den God van Israël, verschijnen.
Deuteronomy 12:11dan zult ge naar de plaats, die Jahweh, uw God, zal uitverkiezen, om daar zijn Naam te vestigen, alles brengen, wat ik u heb bevolen: uw brand- en slachtoffers, uw tienden en cijnzen, en al het puik van uw gelofte-offers, die gij aan Jahweh beloofd hebt.
Psalms 66:13Zo treed ik met offers binnen uw huis, Om te volbrengen wat ik U heb beloofd:
Psalms 81:6Ik heb de last van uw schouders genomen, En uw handen werden van de draagkorf bevrijd.