Psalmen 130:2
Heer, hoor mijn klagen; Laat uw oren toch luisteren Naar mijn bidden en smeken!
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Lord, hear my voice: let thine ears be attentive to the voice of my supplications.
In Context
1Een bedevaartslied. Uit de diepten, o Jahweh, roep ik tot U,
3Ach Jahweh, zo Gij de zonde gedenkt, Ach Heer, wie zou het bestaan?
Cross References
2 Chronicles 6:40Welnu dan, mijn God, mogen uw ogen geopend zijn, en uw oren luisteren naar het gebed op deze plaats!
Nehemiah 1:11(a) Ach Heer, laat uw oor toch luisteren naar het gebed van uw knecht, naar het gebed van uw dienaars, die uw Naam willen vrezen. Laat het toch aan uw dienaars gelukken, genade te vinden in het oog van dien man! (b) Daar ik de schenker des konings was,
Psalms 5:3Want tot U richt ik mijn bede, o Jahweh, Reeds in de vroegte hoort Gij mijn smeken; ‘s Morgens leg ik het voor U neer, En zie vertrouwend naar U op.
Psalms 28:2Hoor, Jahweh, mijn zuchten, Nu ik tot U smeek, En mijn handen hef Naar uw heilige woning.
Psalms 61:1Voor muziekbegeleiding; met harpen. Van David. Hoor toch, o God, mijn gejammer, En let op mijn smeken:
Psalms 140:6Ik zeg tot Jahweh: Gij zijt mijn God, Hoor naar mijn smeken, o Jahweh!