Psalmen 134:1
Een bedevaartslied. Welaan dan, zegent nu Jahweh, Gij allen, dienaars van Jahweh: Die in het huis van Jahweh verblijft, En ‘s nachts in zijn voorhoven toeft!
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
2Heft uw handen naar het heiligdom op, En zegent nu Jahweh;
Cross References
Deuteronomy 10:8In die tijd zonderde Jahweh de stam van Levi af, om de verbondsark van Jahweh te dragen, om voor het aanschijn van Jahweh te staan, zijn dienst te verrichten en in zijn Naam te zegenen, zoals tot op heden gebeurt.
1 Chronicles 9:27Ze brachten de nacht door in de nabijheid van het Godshuis, omdat zij met de bewaking belast waren, en elke morgen de poorten moesten openen.
1 Chronicles 23:30Verder moesten ze elke morgen, en ‘s avonds eveneens, gereed staan, om Jahweh lof en dank te zingen.
2 Chronicles 35:5en laat telkens een groep van een levietische familie in het heiligdom ter beschikking staan van de familiegroepen uwer broeders, de leken.
Psalms 84:5Gelukkig de mensen, die hun kracht in U vinden, Als ze met blijdschap ter bedevaart gaan!
Psalms 113:1Halleluja! Looft, dienaars van Jahweh, Looft Jahweh’s Naam!