Psalmen 135:11
Sichon, den vorst der Amorieten, En Og, den koning van Basjan. Hij was het, die alle vorsten vernielde En alle koninkrijken van Kanaän;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Sihon king of the Amorites, and Og king of Bashan, and all the kingdoms of Canaan:
In Context
10Die talrijke volken versloeg, En machtige koningen doodde:
12En die hun land ten erfdeel gaf, Tot bezit aan Israël, zijn volk.
Cross References
Numbers 21:24Israël joeg hem over de kling, en nam zijn land in bezit van de Arnon af tot de Jabbok, dus tot aan de Ammonieten toe; want Jazer was de grens der Ammonieten.
Deuteronomy 2:30Maar Sichon, de koning van Chesjbon, wilde ons niet door zijn land laten trekken; want Jahweh, uw God, had zijn gemoed verstompt en zijn hart versteend, om hem in uw hand te leveren, zoals thans het geval is.
Joshua 10:1Toen Adoni-Sédek, de koning van Jerusalem, hoorde, dat Josuë Ai genomen en met de ban had geslagen, dat hij met Ai en zijn koning gedaan had, zoals hij met Jericho en zijn koning had gedaan, en dat de inwoners van Gibon vrede met Israël hadden gemaakt en zich bij hen hadden aangesloten,
Joshua 12:24de koning van Tirsa; in het geheel een en dertig koningen.
Nehemiah 9:22Gij hebt hun koninkrijken en volkeren overgeleverd, en ze stuk voor stuk verdeeld; zo hebben zij het land van Sichon, den koning van Chesjbon, veroverd, en het land van Og, den koning van Basjan.