Psalmen 141:5
Maar de rechtvaardige, zelfs als hij slaat, is een zegen, En als hij mij tuchtigt, nog balsem op het hoofd. Mijn hoofd zal niet schudden, wanneer ze vermanen, En als ze kastijden, stijgt mijn gebed nog omhoog;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
6En al word ik door mijn rechters gestenigd, Zij horen van mij enkel vriendelijke woorden.
Cross References
Leviticus 19:17Gij moogt tegen uw broeder geen haat koesteren. Gij moet uw naaste terecht wijzen, om niet medeplichtig te worden aan zijn zonde.
2 Samuel 12:7Maar nu sprak Natan tot David: Gij zelf zijt die man! Zo spreekt Jahweh, Israëls God! Ik heb u gezalfd tot koning van Israël, Ik heb u bevrijd uit de hand van Saul,
2 Chronicles 25:16Maar hij onderbrak den spreker, en beet hem toe: Hebben wij u soms tot koninklijk raadsheer aangesteld? Houd uw mond, anders slaat men u neer. De profeet berustte, maar sprak eerst nog: Ik weet, dat Jahweh besloten heeft, u in het verderf te storten, omdat gij aldus hebt gehandeld, en niet naar mijn raad hebt geluisterd.
Psalms 51:18Wees Sion naar uw goedheid genadig, En bouw de muren van Jerusalem weer op;
Proverbs 6:23Want het gebod is een lamp, Het onderricht een licht, De straffe tucht een weg ten leven.
Proverbs 12:1Wie op tucht gesteld is, is op kennis gesteld; Wie geen vermaning kan velen, is als redeloos vee.