Psalmen 149:8
Hun koningen in ketenen slaan, Hun vorsten in ijzeren boeien,
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
To bind their kings with chains, and their nobles with fetters of iron;
In Context
7Zich op de heidenen wreken, De volken richten,
9Aan hen het vonnis voltrekken, zoals het geveld is: Dìt is de glorie van al zijn vromen! Halleluja!
Cross References
Joshua 10:23Dit deed men; men haalde de vijf koningen, den koning van Jerusalem, den koning van Hebron, den koning van Jarmoet, den koning van Lakisj en den koning van Eglon uit de grot, en bracht ze bij hem.
Judges 1:6Adoni-Bézek nam de vlucht; maar ze gingen hem achterna, namen hem gevangen, en kapten hem zijn duimen en grote tenen af.