Psalmen 16:5
Gij zijt mijn erfdeel, o Jahweh, en het deel van mijn beker, Gij zijt het, die het lot voor mij wierpt:
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
The LORD is the portion of mine inheritance and of my cup: thou maintainest my lot.
In Context
6Mijn meetsnoer lag in lieflijke dreven, Een prachtig stuk viel mij toe.
Cross References
Deuteronomy 32:9Maar het deel van Jahweh was zijn volk, Jakob was zijn erfdeel,
Joshua 22:27maar als een getuige tussen ons en u en onze nakomelingen na ons, dat wij met onze brand-, slacht- en vredeoffers Jahweh’s aanschijn willen dienen, zodat uw kinderen later tot de onze niet zeggen: “Gij hebt geen deel aan Jahweh!”
Psalms 9:4Want Gij hebt mijn pleit en belangen behartigd, Als rechtvaardig Rechter uw troon bestegen.
Psalms 21:7Ja, de koning blijft op Jahweh vertrouwen, Op de gunst van den Allerhoogste, zonder te wankelen!
Psalms 61:6Vermeerder de dagen des konings, En zijn jaren van geslacht tot geslacht;
Psalms 89:4Voor eeuwig zal Ik uw nazaat behouden, Uw troon doen staan van geslacht tot geslacht!