Psalmen 17:10
Ze hebben hun hart met vet afgesloten, En blijven zwetsen met hun mond;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
They are inclosed in their own fat: with their mouth they speak proudly.
In Context
9Voor de bozen, die mij bespringen, Voor mijn vijanden, die mij woedend omringen.
11Ze omsingelen mij, waar ik ook ga, Loerend, om mij ter aarde te werpen.
Cross References
Exodus 5:2Maar Farao antwoordde: Wie is Jahweh wel, dat ik Hem zou gehoorzamen en Israël zou laten vertrekken? Ik ken geen Jahweh, en Israël laat ik niet gaan.
Deuteronomy 32:15Toen Jakob gegeten had, verzadigd was, Jesjoeroen vet was geworden, sloeg hij achteruit, En verwierp hij zijn God, die hem had geschapen; Versmaadde hij de Rots van zijn heil.
Job 15:27Omdat hij zijn gelaat met vet heeft bedekt, En een vetlaag gelegd op zijn lenden:
Psalms 31:18Laat de leugenlippen verstommen, Die den gerechte durven tergen Met trots en verachting.
Psalms 119:70Lomp als vet is hun hart, Maar ìk vind mijn vreugd in uw wet;
Isaiah 6:10Verstomp het hart van dit volk, Verstop zijn oren, verblind zijn ogen: Opdat ze met hun ogen niet zien, Met hun oren niet horen, Met hun hart niet verstaan, Zich niet bekeren noch worden genezen.