Psalmen 21:9
Gij zult ze doen blozen als een gloeiende oven, Wanneer gij maar een blik op hen werpt. Jahweh zal in zijn toorn ze verslinden, En het vuur ze verteren.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
8Uw hand zal al uw vijanden treffen, Uw rechterhand al die u haten;
10Hun vrucht zult gij van de aarde verdelgen, Hun kroost onder de kinderen der mensen.
Cross References
Deuteronomy 32:22Want een vuur is ontvlamd in mijn woede, Dat tot het diepst van het dodenrijk brandt! Het zal de aarde met haar gewassen verteren, De grondvesten der bergen verzengen.
Job 6:3Want omdat het zwaarder is dan het zand aan de zee, Daarom gingen ook mijn woorden de perken te buiten.
Psalms 2:12Anders ontsteekt Hij in toorn, en loopt gij uw verderf tegemoet, Want licht kan zijn gramschap ontvlammen. Gelukkig, wie tot Hem zijn toevlucht neemt!
Psalms 18:38Ik heb ze verpletterd, zodat ze niet opstaan, Maar onder mijn voet blijven liggen.
Psalms 56:1Voor muziekbegeleiding; op de wijze: “Een duif van ver verwijderde terebinten.” Een puntdicht van David, toen de Filistijnen hem in Gat gevangen hielden. Ontferm U mijner, o God; want de mensen grijpen mij aan, Bekampen en kwellen mij iedere dag;
Isaiah 26:11Uw hand was opgeheven, o Jahweh, Maar ze bespeurden het niet. Laat ze uw ijver voor uw volk ondervinden, en blozen, En het vuur uw vijand verslinden. Straf hen, Jahweh,