Psalmen 26:10
Aan wier handen misdaad kleeft, Wier rechterhand is omgekocht.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In whose hands is mischief, and their right hand is full of bribes.
In Context
9Werp mij niet weg met de zondaars, Mijn leven niet met moordenaars,
11Neen, ik wandel in onschuld; Red mij dus, Jahweh, en wees mij genadig!
Cross References
Exodus 23:8Ge moogt ook geen geschenken aannemen; want geschenken maken zienden blind en verdraaien het recht.
1 Samuel 8:3Zij volgden echter zijn voorbeeld niet, maar waren op eigen voordeel uit, namen steekpenningen aan en verkrachtten het recht.
Psalms 11:2Want de bozen houden hun boog al gespannen, En zetten pijlen op de pees, Om geniepig onschuldige harten te treffen!
Psalms 52:2Broedt gij voortdurend op onheil, Is uw tong als een vlijmscherp, verraderlijk mes?
Proverbs 1:16Want hun voeten ijlen naar het kwade, En haasten zich, om bloed te vergieten.
Isaiah 33:15Maar die in gerechtigheid wandelt, niet veinst bij zijn spreken, Afgeperste winsten versmaadt, zijn handen dichtknijpt voor omkoperij; Die zijn oren stopt, om geen moordplan te horen, Zijn ogen sluit, om geen misdaad te zien: