Psalmen 26:4
Ik heb geen gemeenschap met veinzers, Met gluipers ga ik niet om;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
I have not sat with vain persons, neither will I go in with dissemblers.
In Context
3Want uw liefde houd ik voor ogen, En in uw waarheid heb ik geleefd;
5Ik haat het gezelschap der bozen, En met slechtaards zit ik niet aan.
Cross References
Job 31:5Ben ik ooit met leugens omgegaan, Of heeft zich mijn voet gerept tot bedrog?
Psalms 101:4Een bedorven hart blijft verre van mij, En van kwaad wil ik niets weten.
Psalms 119:115Weg van mij, zondaars, Laat mij de geboden van mijn God onderhouden!
Proverbs 12:11Wie zijn akker bebouwt, heeft eten genoeg; Maar wie zijn tijd verbeuzelt, lijdt gebrek.
Jeremiah 15:17Nooit zat ik in vrolijke kringen, Nooit heb ik blijdschap gekend; Door ùwe hand zat ik eenzaam, Want Gij hebt mij met gramschap vervuld.
2 Corinthians 6:17Daarom dan, gaat van hen weg, Zondert u af, zegt de Heer. Raakt niets aan wat onrein is.