Psalmen 27:8
Gij hebt het toch zelf mij gezegd: “Ge moet mijn aangezicht zoeken!”
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
When thou saidst, Seek ye my face; my heart said unto thee, Thy face, LORD, will I seek.
In Context
7Jahweh, luister naar mijn smeken, Ontferm U mijner, en wil mij verhoren.
Cross References
2 Samuel 21:1Tijdens de regering van David heerste er eens een hongersnood, drie jaren achtereen. En toen David Jahweh daarover raadpleegde, sprak Jahweh: Op Saul en zijn huis rust een bloedschuld, omdat hij de Gibonieten gedood heeft
Psalms 24:6Die behoort tot hen, die Jahweh vereren, En het aangezicht zoeken van Jakobs God.
Psalms 105:4Wendt u tot Jahweh en zijn macht, Houdt niet op, zijn aanschijn te zoeken;
Isaiah 26:16Jahweh, in onze benauwing zochten wij U, Riepen U aan, als uw kastijding ons trof.
Isaiah 55:6Zoekt Jahweh, nu Hij zich vinden laat, Roept Hem aan, nu Hij dichtbij is:
Hosea 5:15Totdat ze boete doen, mijn aangezicht zoeken, En hunkeren naar Mij in hun nood: