Psalmen 31:13
Ik hoor ze met elkander al fluisteren; Overal schrik om mij heen! Ze steken de hoofden bijeen, En smeden plannen, om mij te doden.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
12Als een dode ben ik uit de harten verbannen, Weggegooid als een pot.
14Maar ik blijf op U hopen, o Jahweh, En zeggen: Gij zijt mijn God!
Cross References
Genesis 40:23De opperschenker echter dacht niet eens meer aan Josef, maar vergat hem geheel.
1 Samuel 20:33Maar Saul slingerde de lans naar hem toe, om hem te vermoorden. Jonatan begreep dus, dat het bij zijn vader vaststond, David te doden.
1 Samuel 23:19Maar nu kwamen Zifieten naar Saul in Giba, en zeiden: David verschuilt zich bij ons in de bergholen bij Chóresj, op de heuvel van Chakila ten zuiden van de wildernis.
2 Samuel 17:1Daarop stelde Achitófel aan Absalom voor: Laat mij met twaalfduizend uitgelezen manschappen vannacht nog de achtervolging van David beginnen.
Psalms 56:1Voor muziekbegeleiding; op de wijze: “Een duif van ver verwijderde terebinten.” Een puntdicht van David, toen de Filistijnen hem in Gat gevangen hielden. Ontferm U mijner, o God; want de mensen grijpen mij aan, Bekampen en kwellen mij iedere dag;
Psalms 101:5Wie heimelijk zijn naaste belastert, Doe ik verstommen; De hoogmoedige blik en het trotse hart Kan ik niet uitstaan.