Psalmen 32:2
Gelukkig de mens, wiens misdaad Jahweh niet langer gedenkt, In wiens geest geen onoprechtheid meer woont.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Blessed is the man unto whom the LORD imputeth not iniquity, and in whose spirit there is no guile.
In Context
1Van David; een leerdicht. Gelukkig hij, wiens schuld is vergeven, Wiens zonde is bedekt;
3Zolang ik bleef zwijgen, werd mijn gebeente verteerd Door mijn kreunen heel de dag;
Cross References
John 1:47Jesus zag Natánaël naar Zich toe komen, en zeide van hem: Ziedaar een waar Israëliet, in wien geen bedrog is.
2 Corinthians 1:12Onze roem toch bestaat in de getuigenis van ons geweten, dat we namelijk in heiligheid en oprechtheid Gods, niet in vleselijke wijsheid maar in Gods genade, ons gedrag in de wereld hebben ingericht, en zeer bijzonder met betrekking tot u.
1 Peter 2:1Legt dan af alle boosheid, valsheid, huichelarij, afgunst en alle kwaadsprekerij.