Psalmen 32:9
Wees niet als paarden Of muilezels zonder verstand, Die men moet mennen met toom en gebit, Of ze gehoorzamen niet.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
10Veel kommer valt den boze ten deel, Maar de genade omringt wie op Jahweh vertrouwt.
Cross References
Job 30:11Zij mishandelen mij, nu ze hun teugel hebben losgerukt Hun breidel hebben afgeworpen.
Job 41:13Wie heeft ooit zijn kleed opgelicht, Is doorgedrongen tussen zijn dubbel kuras?
Jeremiah 4:22Want mijn volk is verdwaasd: ze kennen Mij niet; Onverstandige kinderen, zonder begrip; Volleerd alleen in de boosheid, Maar te dom, om het goede te doen.
Jeremiah 31:18Ik heb toch gehoord, Hoe Efraïm klaagt: Gij hebt mij streng getuchtigd Als een ongetemd rund. Ach, breng mij tot inkeer, ik wil mij bekeren, Gij zijt toch Jahweh, mijn God!
James 4:7Onderwerpt u dus nederig aan God, maar verzet u tegen den duivel, en hij zal voor u vluchten!