Psalmen 34:16
Maar Jahweh’s aanschijn blikt grimmig tegen de bozen, Om hun gedachtenis van de aarde te delgen.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
15De ogen van Jahweh zijn op de vromen gericht, Zijn oren naar hun smeken gekeerd;
17De vromen roepen, en Jahweh verhoort hen, En verlost ze van al hun ellende;
Cross References
Leviticus 17:10Iedereen uit het huis van Israël of van de vreemdelingen in uw midden, die enig bloed nuttigt, zal Ik om het nuttigen van dat bloed mijn gramschap doen voelen en hem van zijn volk afsnijden.
Job 18:17Zijn gedachtenis verdwijnt uit het land, Zelfs in de steppe heeft hij geen naam.
Psalms 10:16Jahweh, wees Koning voor eeuwig en immer; Weg met de heidenen, weg uit zijn land!
Psalms 33:18Maar het oog van Jahweh rust op hen, die Hem vrezen, En die op zijn goedheid vertrouwen:
Proverbs 10:7De nagedachtenis van den rechtvaardige wordt gezegend, De naam der bozen vervloekt.
Ecclesiastes 8:10Zo zag ik, dat goddelozen een begrafenis kregen, Terwijl zij, die goed hadden gehandeld, Ver van de heilige plaats moesten wegtrekken, En in de stad werden vergeten. Ook dat is ijdelheid!