Psalmen 35:13
En toch, toen zìj ziek lagen, Trok ik het boetekleed aan, Putte mij door vasten uit, En het gebed was niet weg uit mijn hart;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
12Goed met kwaad vergelden ze mij, En leggen het op mijn leven aan.
Cross References
Leviticus 16:29Dit is voor u een eeuwig geldende wet: Op de tiende dag van de zevende maand moet ge boete doen en u van alle arbeid onthouden; dit geldt zowel voor den ingezetene als den vreemdeling, die in uw midden woont.
1 Kings 21:27Toen Achab deze bedreiging vernam, scheurde hij zijn klederen, trok een boetekleed aan en vastte; hij legde zich zelfs in het boetekleed te ruste, en liep peinzend rond.
Psalms 69:10Als ik ween, en mij door vasten kastijd, Wordt het mij tot schande gerekend;
Isaiah 58:3“Waarom ziet Gij niet, dat wij vasten; Weet Gij niet, dat we ons vernederen!” Ziet, op uw vastendag zoekt gij uw voordeel, En beult gij al uw arbeiders af.
Matthew 5:44Maar Ik zeg u: Bemint uw vijanden, en bidt voor wie u lasteren en vervolgen;
Matthew 10:13En zo dat huis het waardig is, dan daalt uw vrede er over neer; zo niet, dan keert uw vrede terug op u.