Psalmen 37:14
De bozen trekken hun zwaard en spannen hun boog, Om ongelukkigen en armen te doden, en vromen te slachten;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
13Maar de Heer lacht hem uit, Want Hij ziet zijn Dag al nabij.
15Maar het zwaard dringt in hun eigen hart, En hun bogen worden gebroken.
Cross References
1 Samuel 24:17En hij sprak tot David: Gij zijt beter dan ik; want gij hebt het kwaad, dat ik u deed, met goed vergolden.
Psalms 11:2Want de bozen houden hun boog al gespannen, En zetten pijlen op de pees, Om geniepig onschuldige harten te treffen!
Psalms 64:2Bescherm mij tegen de aanslag der bozen, En tegen het woelen van schurken.
Proverbs 29:27De rechtvaardigen hebben een afschuw van zondaars, De bozen een afschuw van een eerlijk man. Aanhangsel. Woorden van Agoer.
Matthew 23:30en zegt: Zo wij hadden geleefd in de dagen onzer vaderen, dan zouden wij met hen geen deel hebben gehad aan de moord der profeten.
Acts 12:2Jakobus den broer van Johannes, doodde hij met het zwaard.