Psalmen 49:6
Van allen, die op hun schatten vertrouwen, En op hun grote rijkdommen pochen?
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
They that trust in their wealth, and boast themselves in the multitude of their riches;
In Context
5Waarom zou ik de dagen der bozen benijden, En de levenskracht van mijn belagers, die mij omringen;
7Ach, er is niemand, die zich vrij kan kopen, Of aan God zijn losgeld betalen:
Cross References
Esther 5:11en pochte voor hen op zijn grote rijkdom en zijn talrijke zonen, op de grootheid, waartoe hij door ‘s konings gunst gekomen was, en zijn verheffing boven alle vorsten en koninklijke beambten.
Psalms 52:7“Daar is nu de man, die zijn kracht niet in God heeft gezocht, Maar die op zijn grote rijkdom vertrouwde, En zich op zijn schatten beroemde!”
Psalms 56:7Vergeld ze hun misdaad, En werp in uw toorn de volkeren neer, o mijn God! In Jahweh’s belofte kan ik jubelen; Op God vertrouw ik, zonder te vrezen! Wat kunnen de mensen mij doen?
Psalms 112:7Voor kwade geruchten is hij niet bang; Zijn hart blijft rotsvast op Jahweh vertrouwen,
Proverbs 10:15Het bezit is voor den rijke een sterke burcht, De armoede voor de behoeftigen een ongeluk.
Proverbs 23:5Zodra ge uw zinnen daarop zet, Is hij al heen! Want hij maakt zich vleugels, En vliegt als een arend de lucht in.