Psalmen 5:11
Dan verheugen zich allen, Die tot U vluchten; Jubelen eeuwig, Daar Gij ze beschermt; En juichen in U, Die uw Naam beminnen.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
12Want Gij zegent den rechtvaardige, Jahweh; Als een schild dekt hem uw liefde.
Cross References
Job 38:7Onder het gejuich van het koor der morgensterren, Het jubelen van de zonen Gods?
Psalms 35:27Maar mogen juichen en jubelen Die van mijn goed recht zijn doordrongen; Zonder ophouden zeggen: “Jahweh is groot, Die enkel het heil van zijn dienaar beoogt!”
Psalms 47:1Voor muziekbegeleiding. Van de zonen van Kore; een psalm. Volkeren, klapt allen in de handen; Juicht en jubelt ter ere van God!
Psalms 65:13De weiden met kudden bekleed, De dalen met koren getooid: Ze juichen en zingen!
Psalms 69:36Het geslacht van zijn dienaars zal ze erven, En wie zijn Naam liefheeft, daar wonen!
Zechariah 9:9Juich van vreugde, dochter van Sion, Jubel, Jerusalems dochter: Zie, uw Koning komt naar u toe! Hij is Rechtvaardig en een Verlosser, Nederig, op een ezel gezeten, Op een veulen, het jong van een ezelin!