Psalmen 51:4
Tegen U, ach, tegen U heb ik gezondigd, En kwaad in uw ogen gedaan. Zo zult Gij rechtvaardig zijn in uw vonnis, En onberispelijk in uw gericht:
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
3Want ik ben mij mijn misdaad bewust, En mijn zonde staat mij steeds voor de geest:
5Want in ongerechtigheid ben ik geboren, En mijn moeder ontving mij in zonde.
Cross References
Genesis 9:6Wie het bloed van een mens vergiet, Diens bloed zal door mensen worden vergoten; Want als zijn beeld heeft God den mens gemaakt.
Genesis 38:7Maar Er, de eerstgeborene van Juda, was slecht in de ogen van Jahweh, zodat Jahweh hem deed sterven.
Leviticus 5:19Het is een schuldoffer; want tegenover Jahweh heeft hij een zware schuld op zich geladen.
2 Samuel 12:9Waarom hebt ge dan het woord van Jahweh geminacht, en gedaan wat Hem mishaagt? Oerija, den Chittiet, hebt ge vermoord en zijn vrouw u tot vrouw genomen en hemzelf door het zwaard van de Ammonieten te laten vermoorden.
2 Kings 17:17Hun zonen en dochters wierpen ze ten offer in het vuur, en lieten zich in met waarzeggerij en wichelarij. Zo gaven ze zich over aan al wat kwaad was in de ogen van Jahweh, om Hem te tarten.
Psalms 50:4Hij nodigt de hemelen uit, daarboven, En de aarde, om zijn volk te richten: