Psalmen 55:13
Maar gij, een man van mijn stam, Mijn vriend en mijn makker,
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
But it was thou, a man mine equal, my guide, and mine acquaintance.
In Context
14Met wien ik vertrouwelijk omging, Eendrachtig leefde in Gods huis!
Cross References
2 Samuel 16:23Immers, een raad, die Achitófel gaf, gold in die dagen zoveel, als vroeg men een uitspraak van God; zoveel waarde had elke raad van Achitófel, zowel bij David als bij Absalom.
Psalms 41:10Maar wees Gij mij genadig, o Jahweh; Richt mij weer op, om het hun te vergelden.
Micah 7:5Vertrouwt geen vriend, Verlaat u niet op uw makker; Voor haar die in uw armen rust, Bewaak de poort van uw mond.
Mark 14:44De verrader had hun een teken gegeven, en gezegd: Dien Ik zal kussen. Hij is het; grijpt Hem vast, en leidt Hem weg onder strenge bewaking.
Luke 22:47Terwijl Hij nog sprak, zie daar kwam een bende aan; en één van de twaalf, Judas genaamd, ging voor hen uit, en trad op Jesus toe, om Hem te kussen.