Psalmen 59:11
Neen, spaar ze niet, opdat ze mijn volk niet verleiden; Maar doe ze vallen, en stort ze neer door uw kracht.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
10Mijn God, uw goedheid trede mij tegen, En doe mij op mijn vijanden neerzien, o God.
Cross References
Leviticus 26:33Ik zal u verstrooien onder de volken, en het zwaard achter u ontbloten. Dan zal uw land een wildernis worden, en uw steden zullen puinhopen zijn.
Deuteronomy 4:27Dan zal Jahweh u onder de volken verstrooien, en slechts weinigen van u zullen overblijven onder de naties, waar Jahweh u heen drijft.
Deuteronomy 30:3dan zal Jahweh, uw God, uw lot ten beste keren, zich uwer ontfermen, en u weer bijeen brengen uit alle volken, waarheen Jahweh, uw God, u verstrooide.
1 Samuel 24:5Maar het hart begon hem te bonsen, alleen reeds door het afsnijden van Sauls slip.
Psalms 3:3Toch zijt Gij, Jahweh, het schild dat mij dekt, Mijn glorie en trots!
Psalms 52:5Daarom zal God u vernielen, U weggooien eens en voor al, U wegsleuren uit uw tent, Uw wortel uit het land der levenden rukken.