Psalmen 65:8
Vol vrees, die de grenzen der aarde bewonen: Voor uw tekenen daar, waar de morgen gloort, En waar Gij de avond doet juichen.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
7Die het bulderen der zeeën bedaart, En het gebruis van haar golven. Ontsteld staan de volken,
Cross References
Genesis 8:22Zolang de aarde bestaat, Zal er zaai(-) en oogsttijd, koude en hitte zijn; Zomer en winter, dag en nacht, Nooit houden ze op!
Deuteronomy 4:19Wacht u er voor, uw blikken naar de hemel op te slaan en bij het zien van zon, maan en sterren, heel het heir van de hemel, u te laten verleiden, om hen te aanbidden en te dienen. Want Jahweh, uw God, heeft die aan alle volken onder heel de hemel overgelaten;
Job 38:12Hebt gij ooit in uw leven de morgen ontboden, De dageraad zijn plaats bestemd,
Psalms 19:5Hij heeft voor de zon een tent opgeslagen In het midden der zee; Ze is als een bruidegom, die uit de bruidskamer treedt, Stralend van vreugd als een held, die zijn loopbaan begint.
Psalms 65:13De weiden met kudden bekleed, De dalen met koren getooid: Ze juichen en zingen!
Psalms 74:16Door U kwam de dag, door U kwam de nacht, Gij hebt de maan en de zon haar plaatsen bereid.