Psalmen 74:14
Gij hebt Liwjatan zijn koppen verbrijzeld, En hem een prooi der jakhalzen gemaakt.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
13Gij hebt de zee opgezweept door uw kracht, Op het water de schedels der draken verpletterd;
15Gij liet bronnen en beken ontspringen, Maar eeuwige stromen verdrogen.
Cross References
Exodus 12:35Maar de Israëlieten deden, wat Moses bevolen had, en eisten van de Egyptenaren zilveren en gouden sieraden en kleren.
Numbers 14:9Neen, weest niet weerspannig tegen Jahweh! Ge behoeft de bewoners van het land niet te vrezen; want ze zijn onze prooi. Hun schaduw is van hen weggegleden, terwijl Jahweh ons bijstaat, vreest hen dus niet.
Job 41:1Vangt gij den Krokodil met de angel, Bindt ge hem de tong met koorden vast;
Psalms 104:25Niet minder de zee; Die is groot en geweldig, En het wemelt daarin zonder tal: Beesten, kleine en grote,
Revelation 20:2En hij greep den Draak: de oude slang, de duivel en Satan. Hij bond hem vast voor duizend jaar,