Psalmen 78:19
En krenkend spraken ze over God: “Zou God een tafel in de woestijn kunnen dekken?”
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Yea, they spake against God; they said, Can God furnish a table in the wilderness?
In Context
18Ze stelden God in hun hart op de proef, Door spijs voor hun leeftocht te eisen.
Cross References
Exodus 16:8En Moses vervolgde: Als Jahweh u vanavond vlees te eten geeft, en morgenvroeg volop brood, dan is het ondanks uw gemor tegen Jahweh, dat Hij heeft gehoord! Want wat betekenen wij? Niet tegen ons is uw morren maar tegen Jahweh.
Numbers 11:13Waar haal ik het vlees vandaan, om aan al dat volk te geven; want het jammert tegen mij: Geef ons toch vlees te eten!
Numbers 21:5en sprak tegen God en Moses: Waarom hebt ge ons uit Egypte geleid, om te sterven in de woestijn? Want we hebben geen brood en geen water, en we walgen van die armzalige kost!
2 Chronicles 32:19Zij beschimpten den God van Jerusalem op dezelfde wijze als de goden van de andere volkeren der aarde, die het maaksel zijn van mensenhanden.
Psalms 23:5Gij bereidt mij een dis Voor het oog van mijn vijand; Met olie zalft Gij mijn hoofd, En mijn beker vloeit over.
Revelation 13:6En het opende zijn bek tot het lasteren van God, om zijn Naam te vervloeken, zijn Woontent en allen die in de hemel verblijven.