Psalmen 78:36
Ook dan nog vleiden ze Hem met hun mond, En belogen Hem met hun tong.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Nevertheless they did flatter him with their mouth, and they lied unto him with their tongues.
In Context
35Maar zelfs als ze gedachten, dat God hun Rots was, De allerhoogste God hun Verlosser,
37Neen, hun hart was Hem toch niet verknocht, Ze bleven zijn verbond niet getrouw.
Cross References
Deuteronomy 5:28Jahweh hoorde, wat gij tot mij hadt gezegd, en Hij sprak tot mij: Ik heb gehoord wat dit volk tot u heeft gesproken. Hoe voortreffelijk hebben zij dit alles gezegd!
Psalms 106:12Toen sloegen ze geloof aan zijn woorden, En zongen zijn lof.
Isaiah 57:11Wien vreest ge nog, wien ducht ge nog, Dat ge zo trouweloos zijt, En aan Mij niet meer denkt, U om Mij niet bekommert? Is het misschien, omdat Ik zweeg en mijn ogen sloot, Dat ge geen angst voor Mij hadt?
Ezekiel 33:31Dan komen ze bij u in dichte drommen, gaan voor u zitten, en luisteren wel naar uw woorden, maar ze doen er niet naar; want ze hebben leugens op hun lippen, en hun hart is gehecht aan hun voordeel.
Hosea 12:1Efraïm verlangt naar wind en jaagt de stormen na, Hij is altijd uit op valsheid en leugen: Met Assjoer sluiten zij een verbond, Naar Egypte brengen zij olie.
Micah 6:12Omdat uw rijkaards vol onrec ht waren, Uw burgers bedriegers met een valse tong in hun mond: