Psalmen 81:15
Al hadden Jahweh’s haters Hem nog zo gevleid, Hun tijd was voor eeuwig gekomen!
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
14Hoe snel had Ik dan zijn vijand vernederd, Mijn hand op zijn verdrukkers doen komen;
16Maar u zou Ik spijzen met de bloem van de tarwe, En verzadigen met honing uit de rotsen.
Cross References
Exodus 20:5Gij moogt ze niet aanbidden of dienen. Want Ik, Jahweh, uw God, ben een naijverige God, die de zonden der vaders wreekt op de zonen, op het derde en vierde geslacht van hen, die Mij haten,
Leviticus 26:7Gij zult uw vijanden verjagen, en zij zullen vallen door uw zwaard.
Psalms 18:44Volkeren, die ik niet kende, werden mij dienstbaar, Vreemden brachten mij hulde; Nauwelijks hadden ze van mij gehoord, Of ze gehoorzaamden mij;
Psalms 83:2Want zie, uw vijanden razen, En uw haters steken hun hoofden omhoog.
Isaiah 65:22Neen, zij zullen niet bouwen, en anderen er in wonen, Niet planten, en anderen er van eten. Want even lang als van bomen Zal de levensduur zijn van mijn volk; En wat hun handen hebben gemaakt, Zullen mijn uitverkorenen zelf verbruiken;
John 15:22Wanneer Ik niet gekomen was en niet tot hen had gesproken, dan zouden ze geen zonde hebben; maar nu hebben ze geen verontschuldiging voor hun zonde;