The Bible Software
bible.software › Openbaring › Openbaring 2 › Openbaring 2:7

Openbaring 2:7

Wie oren heeft, die hore wat de Geest zegt tot de kerken: Wie overwint, zal Ik doen eten van de boom des levens, die staat in het Paradijs van God.

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939

In The King James Version

He that hath an ear, let him hear what the Spirit saith unto the churches; To him that overcometh will I give to eat of the tree of life, which is in the midst of the paradise of God.

In Context

6Dit echter hebt ge vóór, dat ge de werken der Nikolaieten haat, die ook Ik haat.

8Schrijf aan den engel der kerk te Smyrna. Dit zegt de Eerste en de Laatste, Hij die dood was en levend werd:

Read all of Openbaring 2

Cross References

Genesis 3:22Toen sprak Jahweh God: Zie, door de kennis van goed en kwaad is de mens geworden als een van ons. Als hij nu zijn hand maar niet uitstrekt, om te plukken en te eten van de levensboom, zodat hij ook nog eeuwig blijft leven!

Proverbs 11:30De vrucht der gerechtigheid is een levensboom, Het onrecht echter verwoest mensenlevens.

Proverbs 15:4Rustige taal is een boom des levens, Heftige woorden wonden de ziel.

Ezekiel 31:8De ceders in Gods tuin evenaarden hem niet, Cypressen konden niet op tegen zijn twijgen; Geen plataan had zulke takken als hij, Geen boom in Gods tuin bereikte zijn pracht!

Matthew 13:9Wie oren heeft om te horen, hij hore.

Mark 7:15Niets kan den mens verontreinigen, wat van buitenaf in hem binnenkomt; maar wat er uitgaat van den mens, dat verontreinigt den mens.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)聖書 (日本語)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBiblia TakatifuBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)

Study Openbaring 2:7

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeAlbert BarnesJohn WesleyJohn CalvinScofieldWilliam BurkittFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← Openbaring 2:6Openbaring 2Openbaring 2:8 →