Romeinen 1:30
kwaadsprekers, godvergeten, onbeschaamd, verwaand, grootsprekers en zinnend op kwaad; ongehoorzaam zijn ze aan hun ouders,
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
31onbezonnen, onbetrouwbaar, harteloos en onmeedogend.
Cross References
Deuteronomy 7:10maar die aan den lijve straft en verdelgt die Hem haten; die geen uitstel verleent aan die Hem haten, maar hen in eigen persoon laat boeten.
Deuteronomy 27:16Vervloekt, die zijn vader en moeder veracht. En heel het volk zal zeggen: Amen!
2 Chronicles 19:2Daar verscheen voor hem de ziener Jehoe, de zoon van Chanani, en sprak tot koning Josafat: Moest gij een booswicht helpen, en bevriend zijn met hen, die Jahweh haten? Daarom zal de toorn van Jahweh u treffen,
Psalms 10:3Zie, de goddeloze pocht op zijn lusten, De woekeraar prijst zich gelukkig,
Psalms 52:1Voor muziekbegeleiding. Een leerdicht van David, nadat Doëg, de Edomiet aan Saül was gaan melden: “David is in het huis van Achimélek gekomen.” Wat pocht gij op boosheid, En snoeft gij op onrecht,
Psalms 94:4Al die booswichten pochen en snoeven, En een hoge toon slaan ze aan!