The Bible Software
bible.software › Romeinen › Romeinen 14 › Romeinen 14:3

Romeinen 14:3

Wie eet, moet hem niet kleineren, die niet eet; en wie niet eet, moet geen oordeel vellen over hem, die wèl eet; God immers heeft hem als den zijne aangenomen.

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939

In The King James Version

Let not him that eateth despise him that eateth not; and let not him which eateth not judge him that eateth: for God hath received him.

In Context

2De een toch gelooft alles te mogen eten; de zwakke voedt zich met groenten.

4Wie zijt ge dan wel, die een oordeel velt over andermans dienstknecht; of hij staat of valt, is de zaak van zijn eigen meester. Maar hij zal staande blijven; want de Heer heeft de macht, hem staande te houden.

Read all of Romeinen 14

Cross References

Matthew 7:1Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt.

Matthew 11:18Want Johannes kwam; hij at noch dronk, en ze zeggen: Hij is van den duivel bezeten.

Luke 18:9Nog sprak Hij deze gelijkenis tegen hen, die van eigen gerechtigheid overtuigd zijn, en anderen verachten.

Acts 10:44Nog was Petrus aan het woord, toen de Heilige Geest op allen neerdaalde, die naar de toespraak stonden te luisteren.

Romans 14:10Maar wat oordeelt ge dan uw broeder, of wat kleineert ge uw broeder? Allen toch zullen we voor Gods rechterstoel moeten staan.

Romans 14:15Maar wanneer ge uw broeder grieft door uw eten, dan beoefent ge de liefde niet meer. Stort door uw eten niemand in het verderf, voor wien Christus is gestorven.

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)聖書 (日本語)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBiblia TakatifuBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)

Study Romeinen 14:3

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeAlbert BarnesJohn WesleyJohn CalvinScofieldWilliam BurkittFamily Bible NotesJohn LightfootGeneva Bible Notes (1599)Robertson's Word Pictures
← Romeinen 14:2Romeinen 14Romeinen 14:4 →