Romeinen 16:7
Groet Andrónikus en Júnias, mijn stamgenoten en medegevangenen, die in groot aanzien staan bij de Apostelen, en die zelfs vóór mij aan Christus hebben toebehoord.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
6groet Maria, die zich veel moeite voor u heeft gegeven.
8Groet Ampliatus, mijn geliefde in den Heer.
Cross References
Isaiah 45:17Israël, gij wordt door Jahweh verlost Met een redding voor eeuwig; Gij zult niet worden beschaamd en te schande gemaakt, In alle eeuwigheid niet!
John 6:56Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem.
John 15:2Elke rank aan Mij, die geen vrucht draagt, snijdt Hij af; en elke rank die wèl vrucht draagt, zuivert Hij, opdat ze nog meer vrucht mag dragen.
Romans 16:11Groet Heródion, mijn stamgenoot, Groet hen, die tot het huis van Narcissus behoren, en volgelingen des Heren zijn.
1 Corinthians 1:30Door Hem toch behoort gij aan Christus Jesus, die ons door God geworden is: Wijsheid, Gerechtigheid, Heiliging en Verlossing;
2 Corinthians 5:21Hem, die geen zonde heeft gekend, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat we door Hem zouden worden: gerechtigheid Gods.