Ruth 1:8
zei Noömi tot haar twee schoondochters: Gaat beiden nu terug, ieder naar het huis van uw moeder. Moge Jahweh goed voor u zijn, zoals gij goed zijt geweest voor de doden en voor mij.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
Cross References
Ruth 1:5stierven ook Machlon en Kiljon beiden. Zo overleefde de vrouw haar beide kinderen en haar man.
Ruth 3:10Toen zei hij: Wees door Jahweh gezegend, mijn kind; dit tweede bewijs van uw goedheid is nog mooier dan het eerste; want ge zijt geen jonge mannen achterna geloopen, geen arme of rijke.
Luke 14:25Toen eens een talrijke menigte Hem volgde, keerde Hij Zich om, en sprak tot hen:
Ephesians 6:2“Eer uw vader en uw moeder;” dit is het eerste gebod, waaraan de belofte verbonden is:
Colossians 3:18Gij vrouwen, weest onderdanig aan uw mannen, zoals het uw plicht is in den Heer.
2 Timothy 1:16De Heer bewijze barmhartigheid aan het huis van Onesiforus, omdat deze me vaak heeft opgemonterd, en zich mijn ketenen niet heeft geschaamd;