Hooglied 4:13
Uw lusthof is een paradijs van granaten, Met allerlei kostelijke vruchten, Met hennabloemen en nardusplanten,
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Thy plants are an orchard of pomegranates, with pleasant fruits; camphire, with spikenard,
In Context
12Een gegrendelde hof is mijn zuster, bruid, Een gesloten wel, Een verzegelde bron:
14Saffraan, kaneel en muskaat, Met wierookgewassen, mirre en aloë, En een keur van heerlijke balsem!
Cross References
Psalms 92:14Zij dragen nog vrucht als ze oud zijn, En blijven nog sappig en fris.
Song of Solomon 1:12Zolang de koning in zijn harem verbleef, Straalde mijn nardus haar geur.
Song of Solomon 4:14Saffraan, kaneel en muskaat, Met wierookgewassen, mirre en aloë, En een keur van heerlijke balsem!
Song of Solomon 6:11Naar de notenhof wilde ik gaan, Om de bloemen in het dal te aanschouwen, Om te zien, of de wijnstok al uitbot, De granaten al bloeien.
Song of Solomon 8:2Dan leidde ik u naar het huis van mijn moeder, Naar de kamer van haar, die mij baarde; Dan laafde ik u met geurige wijn, Met de most van granaten.
Isaiah 61:11Want zoals de aarde haar gewas doet ontluiken, En een tuin zijn zaad doet ontkiemen: Zo zal Jahweh, de Heer, gerechtigheid laten ontspruiten, En glorie voor het oog aller volken.