Titus 1:7
Want een bisschop moet onberispelijk zijn als huishouder Gods; niet verwaand, niet driftig, geen drinker, geen vechter, niet uit op winstbejag;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
8maar gastvrij, deugdzaam, bezonnen, rechtvaardig, vroom en matig;
Cross References
Leviticus 10:9Gij noch uw zonen, moogt wijn drinken of sterke drank, wanneer ge de openbaringstent binnen moet gaan: anders sterft ge. Dit is een altijd geldende wet voor uw nageslacht.
Proverbs 15:18Een driftkop stookt ruzie, Een lankmoedig mens bedaart de twist.
Proverbs 31:4Dat past geen koningen, Lemoeël! Het past geen koningen, wijn te drinken; Vorsten mogen niet verzot zijn op drank.
Isaiah 28:7Ook hier is men bevangen door wijn en suf van het drinken: Priester en ziener zijn beneveld door drank, En verdwaasd door de wijn. Suf van het drinken, zijn ze in hun visioenen verward, En waggelen, als ze recht moeten spreken;
Ezekiel 44:21Wijn mag een priester niet drinken, als hij de binnen-voorhof betreedt.
Luke 12:42De Heer sprak: Wie is toch de trouwe en voorzichtige hofmeester, dien de heer over zijn ondergeschikten zal stellen, om hun op tijd de maat koren te geven?