Titus 3:5
toen heeft Hij ons verlost, niet op grond van gerechte werken, die we hadden gedaan, doch op grond van zijn eigen barmhartigheid, door het bad van wedergeboorte en door de vernieuwing van den heiligen Geest.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
4Maar toen de goedertierenheid en mensenliefde van God onzen Zaligmaker zich had geopenbaard,
6Overvloedig heeft Hij dien over ons uitgestort door Jesus Christus onzen Verlosser,
Cross References
Job 15:14Wat is een mens, dat hij rein zou zijn, Rechtschapen, die uit een vrouw is geboren?
Psalms 51:10Schep mij een zuiver hart, o mijn God, En leg in mijn boezem een nieuwe, standvastige geest;
Psalms 86:5Want Gij, o Heer, zijt goed en barmhartig, Rijk aan genade voor al wie U aanroept.
Psalms 130:7Ziet Israël naar Jahweh uit. Want bij Jahweh is ontferming, En overvloed van verlossing;
Isaiah 57:12Dan stel Ik thans uw gerechtigheid aan de kaak, Met uw werken daarbij;
Luke 1:50Zijn barmhartigheid reikt van geslacht tot geslacht Over hen, die Hem vrezen;