1 Kronieken 6:34
des soons Elcana, des soons Ierohan, des soons Eliel, des soons Thon,
Leuvense Bijbel 1548
In The King James Version
The son of Elkanah, the son of Jeroham, the son of Eliel, the son of Toah,
In Context
35des soons Suph, des soons Elcana, des soons Mahath, des soons Amisai
Cross References
Exodus 28:1NEemt tot v oock Aaron uwen broeder met sijnen sonen, wt dat midden der kinderen van Israhel, dat sij in het priesterscap voer my bedienen, Aaron, Nadab, ende Abiu, Eleazar, ende Ithamar,
Leviticus 1:7ende onder in den outaer tvier steken als sij daer te voren eenen tas houts ghemaect hebben,
Leviticus 16:17Gheen mensch en sal in dat tabernakel wesen als die ouerste priester gaet in die alder heylichste plaetse, om te bidden voor hem seluen, ende voor sijn huys, ende voor alle die vergaderinghe van Israhel, tot dat hy wt coemt.
1 Samuel 1:1DAER was een man van Ramathaim-sophim, wt dat gheberchte van Ephraim ende sijnen naem was Elcana Ierohams sone, die een sone was van Eliu, des soons Thohu, des soons Suph, een Ephratijter
1 Chronicles 24:1MAer die sonen van Aaron hadden dese deylinghen, Aarons sonen, Nadab, ende Abiu, ende Eleazar ende Ithamar.
2 Chronicles 29:11Mijn kinderen en wilt niet onnacsaem sijn, V heeft die Heere vercoren dat ghy voor hem staen soudt ende hem dienen ende hem eeren, ende dat ghy hem soude rueckoffer branden,