bible.software › 2 Samuël › 2 Samuël 12 › 2 Samuël 12:4
2 Samuël 12:4
Maer doen totten rijcken man eenen vreemden ghast comen was, soo heeft hy vermijdt te nemen van sijn scapen ende runderen om dien vreemden gast (die tot hem comen was) eenen maeltijt te gheuen, maer hy heeft des armen mans scaepken ghenomen, ende daer af spijse bereyt den mensch die tot hem comen was.
Leuvense Bijbel 1548
In The King James Version
And there came a traveller unto the rich man, and he spared to take of his own flock and of his own herd, to dress for the wayfaring man that was come unto him; but took the poor man’s lamb, and dressed it for the man that was come to him.
In Context
3maer die arme man en hadde niet met allen, dan een cleyn scaepken, het welck hy ghecocht ende opgheuoet hadde, ende twas groot gheworden tsamen met sijnen kinderen, het adt van sijnen broode, ende het dranck wt sijnen beker ende tsliep in sijnen schoodt, ende het was hem als een dochter,
5Ende Dauid gram sijnde met een verbolghentheyt teghen dien man, seyde tot Na-than, Also warachtelijc als die Heere leeft, die man is een kint des doots die dat gedaen heeft,
Read all of 2 Samuël 12
Cross References
2 Samuel 11:3Hier om heeft die coninck wtghesonden ende vernomen wat vrouwe dat was. Ende hem is wederom ghebootscapt dat sij was Beth-sabee Eliams dochter, Vrias des Hethiters huysvrouwe.
This Verse In Other Editions
Study 2 Samuël 12:4