bible.software › Handelingen › Handelingen 7 › Handelingen 7:6
Handelingen 7:6
Maer Godt heeft hem gheseyt, dat sijn saet sal vreemdelinck wesen in een vreemt lant, ende die sullense tot slauernien tonderbrenghen, ende sij sullense qualijck hantieren vier hondert iaren lanck,
Leuvense Bijbel 1548
In The King James Version
And God spake on this wise, That his seed should sojourn in a strange land; and that they should bring them into bondage, and entreat them evil four hundred years.
In Context
5Ende hi en heeft hem daer in, gheen erffenisse ghegheuen, niet soe veel als die breyde van eenen voet, ende hy heeft beloeft hem dit te gheuen tot een besittinghe, ende sijnen sade na hem, doen hy gheenen soone en hadde.
7ende het volck wien sij ghedient sullen hebben, sal ick ordeelen heeft Godt gheseyt, ende daer nae sullen sij wtgaen ende my dienen in dese plaetse.
Read all of Handelingen 7
Cross References
Genesis 15:13Ende daer es tot hem gheseyt, Weet van te vooren bekennende dat v saet sal vreemdelinc wesen, in een lant dat zijn niet wesen en sal, ende sij sullen hen tonderbrenghen tot slauernije, ende sij sullense swaerlijck quellen vierhondert iaren,
Exodus 12:40Den tijt dat die kinderen van Israhel in Egipten ghewoont hebben, heeft geweest vierhondert ende dertich iaren.
This Verse In Other Editions
Study Handelingen 7:6